Honden zijn trouwe metgezellen, maar soms kunnen ze gedragsproblemen ontwikkelen. Hieronder zie je een hele lijst aan probleemgedrag van honden. Ongewenst gedrag kan zich langzaam ontwikkelen en wordt soms versterkt door onbewuste reacties van de eigenaar. Het is belangrijk om signalen tijdig te zien en serieus te nemen. Door de oorzaak te achterhalen, kan er gericht gewerkt worden aan verbetering. Training, structuur en geduld zijn daarbij onmisbare hulpmiddelen. In sommige gevallen kan de hulp van een gedragstherapeut voor honden noodzakelijk zijn. Zo wordt de band tussen hond en eigenaar weer sterker en het samenleven plezieriger.
Onderstaande gedragsproblemen bij honden zijn met gedragstherapie eenvoudig op te lossen:
Probleemgedrag van honden – binnen
- Blaffen-opspringen tegen bezoek
- Happen – bijten
- Agressie naar de eigenaar of vreemden
- Overmatig aandacht vragen – de onzeker hond
- Zijn mand – speelgoed – eten claimen
- Blaffen bij alleen thuis zijn
- Bijt alles kapot
- Onrustig bij bezoek
- Snel geprikkeld, waaks en alert
- Nerveus gedrag (rondjes draaien, zich stuk bijten)
- Angst voor bezoek, voorwerpen of geluiden
- Agressie / Dominantie
- Onzindelijkheid
- Overdreven huis en haard beschermen
Jos Oosting heeft ruim 20 jaar ervaring, en meer dan 4000 honden volgden bij hem gedragstherapie
De methode die hij gebruikt is 100 % gericht op dat wat de hond het beste snapt: zijn instinct! Het gevolg is een blije, vrolijke en vooral rustige hond die precies weet wat er van hem verwacht wordt. Daardoor laat hij na de training geen gedrag zien wat moet, maar gedrag wat hij zelf wil! Dat betekent een tevreden uitgebalanceerde hond zonder probleemgedrag en een baas die geen enkele moeite hoeft te doen om zijn hond te laten luisteren, immers: de hond wil dat zelf.
Maak kennis met de uitwaaiweken voor de baas en de hond
Wilt u weten welke weken nog beschikbaar zijn? Bekijk dan de webpagina: uitwaaiweken
Meer info
Probleemgedrag van honden – buiten
- Trekken aan de lijn
- Niet komen als je roept
- Nerveus gedrag (staart jagen, zich zelf stuk bijten)
- Uitvallen naar andere honden
- Agressie naar vreemden / binnen het gezin
- Achter fietsers en hardlopers aanrennen
- Niet met andere honden op kunnen schieten
- Alles en iedereen najagen
- Overmatig aandacht vragen
- Zwerven / weg lopen
- Poep eten
- Twee honden in een huis die niet met elkaar op kunnen schieten